|
De geschiedenis van de Openbare
Bibliotheek begon eigenlijk toen de Hilversumse Bond van Nederlandse
Onderwijzers pleitte voor een openbare leeszaal.
In 1909 werd een comité ter
voorbereiding opgericht en op 10 december 1910 kon de eerste openbare
bibliotheek, gelegen op de hoek Herenstraat/Veerstraat, officieel
worden geopend.
De bibliotheek bestond uit twee
naast elkaar gelegen panden, door een overdekte gang met elkaar
verbonden en omringd door een flinke boomgaard, die een paar jaar
later geheel verdween. Het vrijgekomen terrein werd verhuurd aan
de Natuurhistorische Vereeniging, die er haar botanische tuin vestigde.
In 1930 verhuisde de botanische tuin naar de huidige plek aan de
Zonnelaan. (Dr. Costerustuin).
De collectie bestond voor het grootste deel uit schenkingen.
Tot deze schenkingen behoorde ook een grote prenten- en schilderijencollectie
in fraaie houten lijsten. Deze schilderijen konden voor 5 cent per
maand geleend worden.
Naast de algemene Leeszaal werden
spoedig de Christelijke- (1913 )en Roomsch-Katholieke Bibliotheek
opgericht (1918). In 1918 werd het eerste filiaal geopend, het tweede
in het land, in het Bloemenkwartier in het poortgebouw van Dudoks
woningcomplex aan de Neuweg.
In 1919 werd dankzij een raadsbesluit, waarbij aan de Hilversumse
Bibliotheken een gemeentesubsidie werd verstrekt, de financiële
positie van de bibliotheek verbeterd.
In 1933 verhuisde de Algemene Openbare Leeszaal naar de huidige
plek aan de ’s-Gravelandseweg.
In de crisistijd kregen de
bibliotheken het zwaar te verduren, het ledental liep terug omdat
er weinig aangeschaft kon worden. Nog moeilijker werd het toen de
oorlog uitbrak. Eén van de maatregelen van de Duitsers was
het bevel tot inleveren van alle boeken met aanwijzingen voor het
bouwen van radioseintoestellen. Bolsjewistische bellettrie en studieboeken
met antinationaal-socialistische strekking moesten uit de circulatie
genomen worden, maar hoefden niet te worden ingeleverd. Dit gold
ook voor Engelse en Amerikaanse schrijvers die voor 1904 gestorven
waren. Portretten van leden van het Koninklijk Huis moesten verwijderd
worden.
In 1942 vorderden de Duitsers de Leeszaal aan de ’s-Gravelandseweg.
Er werd een onderkomen gevonden in een pand op de hoek Groest/Stationstraat.
De verhuizing moest gebeuren met open bakfietsen bij gebrek aan
verhuiswagens en kisten. Voor studie en krantenzaal was geen ruimte
meer. De opstelling was zeer onoverzichtelijk.
De Algemene Openbare Bibliotheek heeft een werknemer moeten
ontslaan en een bestuurslid uit zijn functie moeten zetten omdat
ze van Joodse afkomst waren. De studiezalen van de Christelijke
en Roomsch-Katholieke bibliotheek waren gedurende de Tweede Wereldoorlog
gesloten omdat zij weigerden een bord met opschrift “Verboden
voor Joden” te plaatsen.
Na de bevrijding hebben de Canadezen
nog enkele maanden in het gebouw aan de ’s-Gravelandseweg
gezeten.Toen de bibliotheek er
weer haar intrek in wilde nemen bleek het gebouw zwaar beschadigd
en uitgewoond te zijn door de Duitse bezetter. Het bestuur moest
een lening afsluiten van fl. 75.000, - voor herstel.
|